Burgerschap:
onderbelichte verhalen

Verdiep de geschiedenis vanuit zes onderbelichte verhalen van de Tweede Wereldoorlog en maak de verbinding naar het nu. Welke verhalen worden verteld, welke worden vergeten?

Leerdoelen:

  • Het verdiepen van de kennis over diverse personen en groepen in en na de Tweede Wereldoorlog;
  • Het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden, zoals het op waarde kunnen schatten van verschillende informatiebronnen, het perspectief van anderen kunnen innemen en kunnen reflecteren op het eigen denken en handelen;
  • Het leren verwoorden en overbrengen van een eigen visie m.b.t. een maatschappelijk thema.

In deze les onderzoeken de studenten/leerlingen verhalen uit de Tweede Wereldoorlog die minder of niet bekend zijn. Waarom worden deze verhalen minder vaak verteld? Na een activerende gespreksronde, waarin de voorkennis wordt gepeild, gaan de studenten/leerlingen aan de slag met verschillende verhalen uit Atelier van Herinnering. Daarna doen ze research naar de bijbehorende feiten. Vervolgens bevragen de studenten/leerlingen zichzelf en elkaar: kiezen zij er ook weleens voor om verhalen niet, of slechts deels, te vertellen? Tot slot gaan ze op zoek naar de onderbelichte verhalen van vandaag. Ze kiezen een onderwerp om te presenteren, vanuit het idee: dit verhaal moet verteld worden.

Startgedachte

Een samenleving bestaat uit verschillende mensen en verschillende verhalen. Als verhalen systematisch niet verteld worden, en mensen niet gehoord, verandert een samenleving fundamenteel van aard. Vanuit die gedachte richt deze lesbrief zich op de onderbelichte verhalen van de Tweede Wereldoorlog en vandaag.

Van tevoren

Print bijlagen 1 (de kaartjes voor de startervaring), 2 (de bijbehorende verhalen) en 3 (de startopdracht). Leg de startopdracht klaar op de tafels in het lokaal – deze opdracht hoort bij de startervaring. Let op: bijlage 1 moet op zes kleuren papier worden geprint, omdat hiermee de groepjes worden gemaakt.

Startervaring: voorkennis

Wacht de studenten/leerlingen voor binnenkomst op en geef ze elk een gekleurd kaartje. Verdeel de kaartjes zo, dat elke kleur ongeveer even vaak voorkomt. De studenten/leerlingen mogen nu het lokaal in en moeten een groepje van drie vormen met twee klasgenoten die een andere kleur kaartje hebben. Ze stellen elkaar de vragen van hun kaartjes en gaan erover in gesprek.

Opdracht 1: gesprek over (on)bekende verhalen

Bespreek de eerste opdracht klassikaal na:

  • Wie kende alle feiten van de kaartjes?
  • Voor wie was sommige informatie helemaal nieuw?
  • Zit er informatie bij die je verrast? Welke, en waarom?
  • Is het ene feit bekender dan het andere?
  • Hoe zou dat kunnen komen?

Opdracht 2: verhalen lezen & research doen

Bij elk kaartje hoort een verhaal. Elk groepje kiest naar welk van de drie verhalen ze het meest nieuwsgierig zijn. Deel de bijbehorende verhalen uit.

In hun groepje lezen de studenten/leerlingen het verhaal. Help ze op weg door te vertellen dat het theaterteksten zijn. De tekst is dus verdeeld over verschillende personages en schuingedrukt zijn de oorspronkelijke regieaanwijzingen te lezen. Laat de studenten/leerlingen onderstrepen of markeren wat ze belangrijk of opvallend vinden.

Vervolgens gaan ze – via hun laptop of telefoon – op zoek naar meer informatie over de geschiedenis die in hun verhaal wordt verteld.

Elk groepje deelt een paar bevindingen met de rest van de klas. De klas mag (kritische) vragen stellen over hoe ze research hebben gedaan en wat ze het meest opvallend vonden.

TIP: De ene bron is betrouwbaarder dan de andere. Bespreek dit vooraf met de studenten/leerlingen. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen de website van een nieuwszender en Wikipedia? Zit er nog verschil tussen bepaalde nieuwszenders? Wanneer is iets ‘waar’?

TIP: Over dezelfde geschiedenis kunnen verschillende feiten worden gevonden. Het zou kunnen dat het ene groepje iets anders vindt dan het andere – of er voor kiest om een bepaald punt wel of niet te belichten. Je kunt hierop inhaken met een filosofisch gesprek. Handvatten hiervoor vind je aan het begin van opdracht 3.

Opdracht 3: de onderbelichte verhalen van vandaag

In deze opdracht bedenken de studenten/leerlingen welke verhalen vandaag de dag niet – of minder – belicht worden, en hoe dat zou kunnen komen.

Voer eerst een filosofisch groepsgesprek aan de hand van (bijvoorbeeld) de volgende vragen:

  • Wanneer heb jij iets niet verteld? En waarom?
  • Laat je weleens details van een verhaal weg, om beter je punt te kunnen maken?
  • Is een halve waarheid nog steeds de waarheid?
  • Verandert de betekenis van een verhaal als het door een ander wordt verteld?
  • Wie bepaalt eigenlijk of verhalen wel of niet verteld worden?

Vervolgens gaan de studenten/leerlingen met hun groepje in gesprek. Ze gaan op zoek naar een onderwerp waar ze een persoonlijke verbinding mee hebben. Help ze op weg met de volgende vragen:

  • Zijn er verhalen uit bepaalde delen van de wereld, of verhalen die bepaalde bevolkingsgroepen overkomen, niet in het nieuws?
  • Zijn er verhalen die vanuit een bepaald perspectief worden verteld, maar waarvan de andere kant niet wordt belicht?
  • Zijn er verhalen die eerst in het nieuws waren, maar waarvan je daarna opeens niks meer hoorde?
  • Is er een verhaal dat – om welke reden dan ook – volgens jou niet eerlijk aan de samenleving wordt verteld?

Daarna kiezen de studenten/leerlingen een onderwerp en doen ze net als in de vorige opdracht research. Vervolgens schrijven ze op waarom dit verhaal volgens hen verteld moet worden. Deze conclusie presenteren ze aan het publiek als een wervend betoog of pitch:

  • Een korte presentatie met een helder begin, midden en eind
  • Begin met een opvallend feit (‘wist je dat…’) of iets anders waarmee de aandacht van het publiek gelijk geprikkeld is
  • Eindig met een vraag (‘het kan toch niet zo zijn dat…’) of iets anders waarmee het publiek tot nadenken wordt gestemd

TIP: Let erop dat de studenten/leerlingen allemaal ongeveer evenveel tekst hebben en moedig ze aan om duidelijk te spreken, met volume en overtuigingskracht.

Presenteren en nabespreken

Vraag na elke presentatie een paar studenten/leerlingen om feedback. Dit kan ook in carrouselvorm; in dat geval geeft elk groepje een keer feedback aan een ander groepje. Ziet de rest van de klas het verhaal dat onder de aandacht werd gebracht ook als een ‘onderbelicht’? Is de klas het met het groepje eens dat dit verhaal niet mag worden vergeten? Waarom wel, of niet?

Afsluiting

Hoe zorgen we ervoor dat onderbelichte verhalen onder de aandacht komen? Wat moet er gebeuren om verhalen niet – opnieuw – te vergeten?

Formuleer samen met de studenten/leerlingen vijf tot tien actiepunten en noteer deze op het bord, als een statement of pamflet.

Kom tot slot terug bij de start van de les en eindig met de slotvraag: wat kunnen we leren van de onderbelichte verhalen van de Tweede Wereldoorlog?

BIJLAGE 1

Print de bijlage op zes verschillende kleuren papier en maak hier kaartjes van, die je dichtvouwt. Elk kaartje bevat dus één van onderstaande vragen. Zorg dat je dezelfde vraag steeds op dezelfde kleur papier print.

  1. Wist je dat er na de bevrijding van Nederland ruim 300.000 mensen van Nederlands-Indië naar Nederland kwamen? Sta je te kijken van hoe groot dit aantal is, of verbaast het je niet?
  2. Wat weet je van de deportatie van ruim 245 Roma en Sinti vanuit kamp Westerbork?
  3. Wist je dat Madurodam vernoemd is naar een Curaçaos/Joodse verzetsstrijder? Ken je zijn verhaal?
  4. Hoe komt het dat na de bevrijding van Nederland kinderen van kleur geboren werden in het verder witte, katholieke Limburg?
  5. Wist je dat overlevenden van de Holocaust na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland aanspraak konden maken op een schadevergoeding? Hoe zou dit in zijn werk zijn gegaan?
  6. Ken je namen van verzetsstrijders uit voormalige koloniën van Nederland, die zich in Nederland tegen het Duitse bewind keerden?

BIJLAGE 2

Print ook de bijbehorende verhalen (de nummers corresponderen met de vragen op de kaartjes van bijlage 1):

BIJLAGE 3

Print ook de uitleg van de eerste opdracht en leg die op de tafels in de klas:

Startopdracht: voorkennis
Welkom! Je hebt bij binnenkomst een gekleurd kaartje gekregen. Vorm een groepje met twee klasgenoten die een andere kleur kaartje hebben en zoek een tafel op.
Open je kaartje, bekijk de vraag en denk hier eerst even zelf over na. Stel de vraag daarna aan je groepsgenoten en ga erover in gesprek.
Wat wisten jullie al? Waar had je vaag al weleens van gehoord? En welke informatie is nieuw? Hoe zou het komen dat jullie daar nog niets (of weinig) van weten?
Jullie gaan straks aan het werk met één van de onderwerpen van de kaartjes, dus bedenk vast naar welke geschiedenis jullie het meest benieuwd zijn.